easy html site generator software download

    2000 jaar beknopte historie van Houwerzijl en Bokkediekers
door A.T.Huizinga; 1988

Lage kwelders met prielen en paddels en in de verte de eindeloos uitgestrektheid van de Noordzee zal de aanblik zijn geweest van de eerste bewoners van wat nu het dorp Houwerzijl heet en dat eeuwen lang lag verscholen in de luwte van de nu afgegraven oude zeewering. Houwerzijl wordt veronderstelt het ouds bewoond gedeelte van het Marne gebied te zijn en van de Ommelanden.Al voor onze jaartelling kwamen de eerste bewoners hier in de zomer om hun kudden te weiden op de kwelders maar vertrokken in de herfst weer naar de hogere gebieden in het zuiden van het land. Toen de kwelders hoger en droger werden kwam hier meer vaste bewoning. Als bescherming tegen hoge vloeden begon men met het opwerpen van terpen of wierden. Zo ontstonden in deze omgeving de wierden De Hoogte,Westerhuis, Ewer en Vliedorp (Fledorp)

 

Hogeland

Ontstaan

 

Houwerzijl is niet op een terp gebouwd maar is ontstaan rondom een meerdere malen verplaatste sluis. Toen men tussen 1000 en 1200 begon met het leggen van dijken was het opwerpen van wierden immers overbodig geworden. Houwerzijl is meer op de hogere oeverwal gebouwd en is begonnen als een streekdorp achter een dijk. De Hoofdstraat en de Dijkweg (Bokkedijk)zijn vermoedelijk de oudste gedeelten van Houwerzijl. Het gedeelte vanaf de Dijkweg richting Zoutkamp is meest gebouwd na 1800. Hollemaweg en Gangstraat zijn vermoedelijk ontstaan na het doorgraven van het Houwerzijlsterkanaal in 1571. Het gebouw waarin nu de Restaurant “de Houwer-siel” is gevestigd, is gebouwd rond 1900 als meubelmagazijn door de firma H.Zwaagman en zn . Hier stonden voor 1900 enige arbeiders huisjes. Dit gedeelte werd vroeger “Achter Hoven” genoemd.

 

Veeteelt, jagen en vissen was hoofdzakelijk de voornaamste bezigheid van de eerste bewoners. Later begon men ook met de teelt van landbouwproducten. Hoeveel bewoning op de voornoemde terpen is geweest is niet bekend. Alleen op de terp Vliedorp ontstond een dorp wat tot midden van de negentiende eeuw heeft bestaan. Hier werd na de Kerstening in de negende eeuw een kapel of kerk gesticht en kreeg het kerspel (vroegere kerkelijke gemeente) de naam Vliedorp. Van het begin van onze jaartelling tot de kerstening is weinig bekend over deze omgeving. In de middeleeuwen kwamen de eerste geschreven vermeldingen over Vliedorp – Houwerzijl.

 


HogelandDe gedeeltelijk afgegraven terp met daar op de begraafplaats is het enige wat nog herinnerd aan het dorp Vliedorp. Het leeft voort onder de naam Ol Weem. Veel van de oude grafzerken zijn in de twintig en dertiger jaren door de omliggende boeren gebruikt onder damhekken en als vloeren in varkens hokken. Grafschennis bestond toen waarschijnlijk niet.

 

Zowel kerkelijk als politiek viel Houwerzijl onder het kerspel Vliedorp. In de geschiedenis van Houwerzijl wordt het altijd aangeduid als gehucht of buurtschap Houwerzijl, nooit het dorp Houwerzijl. Voor 1840 is in Houwerzijl nooit een kerk geweest. De eerst kerk kwam pas na de afscheiding van de Hervormde kerk in 1834. Wel is er sinds 1690 een Doopsgezinde vermaning geweest, ten noorden van Houwerzijl, wat begin 1800 is opgeheven en na de opheffing is verbouwd in de boerderij van Y. de Boer.

 

Het kerspel Vliedorp strekte zich uit vanaf het Hunsingokanaal tot aan het tegenwoordige Reitdiep. Houwerzijl ligt ongeveer in het midden van het kerspel Vliedorp en ook op het smalste gedeelte. Na 1695 toen de kerk bouwvallig werd kerkte men te Niekerk. In 1700 stortte de kerk in en werd niet meer herbouwd. De afbraak werd gebruikt bij de kerk te Leens. Hun doden bleven ze echter hier begraven tot 1868 toen een nieuwe begraafplaats werd geopend ten noorden van Houwerzijl. Als de kleiweg onbegaanbaar was door veel sneeuw of regen dan werden doden soms per slee of boot naar het kerkhof gebracht. Vliedorp is tot ongeveer tot 1850 bewoond geweest waar na de laatste huizen zijn opgeruimd. De pastorie (weem) werd later bewoond door landarbeiders. Er lag een kleiweg met daar naast een kerkpad ten westen van de Houwerzijlsterdiep naar Vliedorp die beide met de ruilverkaveling in de 20ste eeuw zijn opgeruimd en vervangen door een fietspad ten oosten van het kanaal.

 

 

Toen men tussen de jaren 1000 en 1200 begon met het opwerpen van dijken om beter beschermd te zijn tegen hoogwater was men sluizen (sielen) nodig voor de afwatering van het overtollige regenwater. De eerste sluis wordt verondersteld te hebben gelegen in of ten oosten van het buurtschap Vlakkeriet, in een dijk dat liep vanaf de Suiderdijk (Zuurdijk) richting Vlakkeriet en dat vervolgens door liep ten noorden van Niekerk en Zoutkamp naar het verdwenen Uitland, kwelders van de boerderij Beusom of Bocum. In de kroniek van de abten Emo en Menko word melding gemaakt over het leggen van een sluis in 1129 in het zuiden van Hunsingo zonder nadere vermelding waar. Sommige geschiedschrijvers denken dat de sluis te Houwerzijl daar mee word bedoeld, bewijzen hier voor ontbreken echter. De voornaamste afwateringsgeul van de Marne liep tussen de wierden De Houw en de twee Leensterwierden en waterde uit in het toenmalige de Hunze waar het tegenwoordige Reitdiep een overblijfsel van is. Hemels breed was de wierde de Houw niet ver van waar vermoedelijk de eerste sluis was geplaatst en werd het genoemd de Houwer-siel of siel bij de Houw. Dit zou dus het begin van het gehucht Houwerzijl kunnen zijn. Later, niet bekend wanneer, ging men een nieuwe dijk leggen die vanaf Zuurdijk liep via het westen van Ewer. Vandaar uit naar het noordoosten van Vliedorp en afboog in zuid-westelijk richting naar waar nu Houwerzijl is en waar het aansloot op de oude zeedijk. (Bokkedijk) Resten van boven genoemde dijk waren in 1823 nog aanwezig. Ten zuiden van de Zwarteweg in Houwerzijl is het hoger gelegen oude dijkleger nog duidelijk zichtbaar Ook hier kwam een sluis dicht bij Vliedorp dat volgens Teenstra in 1370 werd verplaats naar waar nu het zevenvonder pad is ten oosten van het Ganzehuis , op de grens van de vroegere gemeenten Leens en Ulrum. Dat deze sluis lag ten oosten van Houwerzijl zoals word vermeld in boek “Houwerzijl een dorp in de Marne” is puur fantasie van de auteur die n.l. voor deze bewering ook geen bronnen vermeld.

 


ganzehuis De derde sluis is in 1570 met de Allerheiligen vloed weg gespoeld. In 1571 werd nu een nieuwe dijk gelegd in bijna rechte lijn vanaf het Ganzehuis naar Houwerzijl waar het weer aansloot op de oude zeewering de Bokkedijk. Hier mee werd het oostelijk gelegen gedeelte van de buitengeul afgesloten, de dijk verkort en werd ongeveer 10 bunders kwelder drooggelegd. Voor de ruilverkaveling was het verloop van de oude buitengeul door het lager gelegen land duidelijk zichtbaar. Ook de twee lager gelegen percelen land ten oosten van het Ganzehuis zijn overblijfselen van deze geul. Dit gedeelte van de geul werd later wel genoemd de Otten Riet. Het voorste perceel was altijd volop begroeit met riet maar is na de tweede W.O. opgehoogd en word nu gebruikt als weiland. Het achterste perceel is nog in zijn oude staat. Het grenst aan de oude Ewerdertocht sloot en vormt een prachtig stukje natuurgebied. De twee percelen werden genoemd eerste en tweede vlakte. Het Houwerzijlsterdiep werd in dezelfde tijd als het leggen van de dijk gegraven en stroomde vanaf de binnengeul bij Vliedorp naar Houwerzijl waar het weer aansloot op de buitengeul. Hier werd de vierde sluis geplaats waar de tegenwoordige Hollemaweg aansluit op de Hoofdstraat. In het Groningse Archief is een tekening aanwezig uit ± 1650 die de ligging van de vier verdwenen sluizen aangeeft.

 

Het dorp werd door het graven van het kanaal in tweeën gesplitst. Bij het graven van het kanaal werd de ligging van een bestaande tochtsloot gevolgd vandaar zo veel bochten in dit gedeelte. Deze vierde sluis is blijven bestaan tot 1717 toen het in onbruik raakte vanwege de kerst vloed op 24 december in 1717 en het dicht slippen van de buitengeul. Resten van deze sluis werden terug gevonden bij het aanleggen van de riolering in Houwerzijl in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Tot 1717 lag Houwerzijl dus nog aan een open verbinding met de zee. De naam Houwerzijl is gezien het boven vermelde dus van af Vlakke Riet of ten oosten daar van, altijd mee gegaan met het verplaatsen van de zijl.

 

Het Houwerzijl-vest sloot in 1717 een overeenkomst met het Schouwerzijl-vest voor twee jaar om hun water te lozen door hun sluis. Deze overeenkomst is blijven bestaan tot het midden van de negentiende eeuw toen beide vesten opgingen in het waterschap Hunzingo. In 1729 begon de eigenaar van de kwelders ten zuiden van Houwerzijl Jhr.Onno Albarda van Nyenstein met het inpolderen van deze kwelder en ontstond de zogenaamde Zuurdijkster-Houwerzijlster polder en werd de open verbinding met de zee verbroken. Hierdoor kwam Houwerzijl nu in het binnenland te liggen. Na dit gebeuren was Houwerzijl als vissersplaats van geen betekenis meer en werden de bewoners meer ingesteld op de landbouw. In 1766 werd de Hoogster of Vliedorper polder onder Vliedorp-Houwerzijl ingepolderd. Dit was kwelderland van de twee boerderijen op de Hoogte

 

Als laatste werden in 1805 de kwelders van Westerhuis ingepolderd. Hier stichtte Jan Klunder in 1895 een boerderij wat in 1912 in tweeën werd gesplitst toen naast Vogelenzang de Aulina hoeve ontstond.vogelenzand.jpgVeel van de toen opgeworpen dijken zijn na de tweede wereld oorlog afgegraven wat veel afbreuk heeft gedaan aan het intieme van het landschap. Ook de oude zeewering ten zuiden van Houwerzijl is in de zestiger jaren van 1900 M.J,Rietema afgegraven waar door het dorp een zeer kale en verminkt aanzien heeft gekregen van uit het zuiden. Op deze dijk liet de bevolking hun bok (geit) grazen. In Houwerzijl werd een geit bok genoemd. Ze melkten de bok en dronken bokkemelk. In de omgeving werden de Houwerzijlsters dan ook vaak uit gemaakt als Bokkediekers.

 

Geschiedenis

 

In 1347 word Houwerzijl voor het eerst genoemd in de geschiedenis als Frederick van Houwersyle benoemd wordt als afgevaardigde van Hunsingo om een overeenkomst te sluiten met Hamburg om elkaars schepen te beschermen tegen zeeroverij, Frederick was hoogst waarschijnlijk eigenaar van een schip, inwoner van Houwerzijl, (Predicte terre indigenes) , inwoner geen geestelijke. In of nabij Houwerzijl was vroeger iets van een haven of aanleg steiger aanwezig. In de eerste helft van de zeventiende eeuw was er op de begroting van de stad Groningen altijd nog een bedrag van f.225.—aanwezig als bezoldiging voor de opzichter te Houwerzijl. Deze moest er op toezien dat alle waar, runderen, paarden, landbouw producten enz. eerst te Groningen op de markt werd gebracht. Dit was het zogenaamde stapelrecht. Alle vervoer in die tijd was over het water, verharde wegen bestonden nog niet die kwamen pas na 1800.

 

In 1422 wordt er weer iets vermeld over Houwerzijl. In een verdrag tussen de zeven Friese Zeelanden wordt overeen gekomen om de forten (versterkingen) bij de Houwerzijl en Okswerderzijl te slopen. In of bij Houwerzijl heeft dus een fort gestaan. Waar het heeft gestaan is niet bekend. Bij een onlangs uitgevoerde restauratie aan Hoofdstraat 66 door de familie Stegeman, werd een oude fundering blootgelegd bestaande uit kloostermoppen. Gezien de situatie dicht bij de buitengeul en de dijk heeft hier vermoedelijk het fort gestaan. Van andere oude gebouwen in Houwerzijl is niets bekend.

 

In 1689 was de buite geul nog bevaarbaar. In het archief van de Ned Herv kerk te Ulrum wordt het volgende vermeld; Uitgegen ende aan Jolcke Gerrits Buisman betaalt 11 guld. wegens ‘t halen van dat kleine clockje van Leeuwarden tot Houwerzijl soo te Ulrum in de toren tegenswoordichs hanckt. Ende daar en boven noch voor drie kroes kluin seven en een half str. soo bij Houwerzijl verdronken hebben, gehaalt ende te Ulrum gebrocht gul; 11 – 7- 4 Jolcke Gerrits Buisman was de eerste ons bekende transporteur in Houwerzijl. Uitgegeven ende aan Derck Symons van Houwerzijl betaalt twaalff car; gul. Seven str: soo hij met drie knechten in ‘t jaar 1698 in de maand April an de clock in de toren tot Ulrum hebben verdient. Gul; 12-17 Derck Symons is dus de eerste ons bekende aannemer te Houwerzijl.

 

In 1583 liet van Goltum, de Spaansgezinde commandant van de vesting te Zoutkamp, de kerk van Vliedorp bezetten nadat de Staatse soldaten onder commando van van Pellens deze hadden verlaten. In 1587 had Tjaart Herema het plan om een wachthuis plaatsen tussen Zoutkamp en Houwerzijl om de laatste plaats te versterken. In 1589 lande Graaf Willem Lodewijk van Nassau met 800 manschappen op Windeweer en veroverde de vesting te Zoutkamp. Windeweer ligt aan het Reitdiep. Een met de ruilverkaveling verdwenen wagenpad liep vanaf de nu Vliedorpsterweg (Siemonswegje) recht uit naar het Reitdiep waar Windeweer ligt.

 

Molen

 

Omstreeks 1600 werd de eerste standermolen gebouwd in Houwerzijl. Bij resolutie van de Staten in 1628 mocht deze molen blijven malen. Omstreeks 1650 was een zekere Jan Thomas hier molenaar. In 1776 ging een bovenkruier de standermolen vervangen. In 1813 werd deze tot stelling molenverhoogd en kreeg het ook een olieslag. Omstreeks deze tijd was Derk T. Flaam olieslager te Houwerzijl. In 1826 was Wibbe Kamphuis hier molenaar. Na deze Hendericus Pott die ook bakker was. In 1837 werd de olieslag vervangen door 2 pelstenen. Van 13 op 14 Jan. 1870 brandde de molen af maar werd gelijk weer opgebouwd. Op 8 Febr. 1898 ging ook deze molen in vlammen op. Molenaar Klaas Zuidhof liet de molen weer opbouwen met onder delen van een zaagmolen uit de Zaan. Albert

 

 


Scholtens die sinds 1900 molenaar was liet de molen in 1923 afbreken en verving het met een elektromotor die na de oorlog werd verwijderd door de toenmalige eigenaar W.Slik. Hiermee kwam er een einde aan een beroep dat sinds 1600 hier werd uitgeoefend. Ook de enige in het Marne gebied overgebleven sarieshut werd toen opgeruimd. Het muursteenje met douane tekens daar in is in bezit van de fam. Slik. De naam van de laatste molen was ” De Vrije Wind.”

 

In 1780 is de toren te Houwerzijl afgebroken. Dit was een van hout opgetrokken toren met een uurwerk er in dus min of meer een klokkentoren. Het behoorde aan de kerk van Vliedorp. Het stond volgens Zijlma ongeveer 300 meters ten zuiden van de sluis en dus ongeveer een kwartier-gaans bij de kerk vandaan. Misschien werd het gebruikt als baken voor de schepen op de buitengeul. Oude gebouwen of andere historische oudheden zijn behalve het Zijlhuis niet over gebleven in Houwerzijl. Alleen een gevonden beeldje van de Romeinse godin Ises gevonden in een van de afgegraven terpen op de Hoogte wat nu in het museum te Groningen staat. Het gevonden beeldje is dus wel een bewijs dat de Romeinen hier zijn geweest of dat ze in ieders geval er contact mee hebben gehad.

 

﷯Bruggen

 

Houwerzijlster til In de omgeving van Houwerzijl waren vroeger vier bruggen of tillen waarvan één is overgebleven ten noorden van Houwerzijl Deze til en zijn voorgangers zijn van oude datum. Het lag over de tot kanaal vergraven tochtsloot en lag n.l. in de oude heerweg van Houwerzijl naar Ulrum. In een oude beschrijving van de boerderij Hollemaheerd van de familie Rietema staat het volgende, de boerderij staat haaks op de heerweg naar Ulrum en ten zuiden van deze. De met de ruilverkaveling verdwenen kleiweg naar de Vlakkerietster weg , was dus een ooit verharde openbare gemeente weg naar Ulrum en ook de kortste verbinding met dit dorp. De met de ruilverkaveling verdwenen laan vanaf Hollemaheerd naar deze kleiweg was de uitgang van deze heerd en dus eigendom van de bewoners van Hollemaheerd. Van af deze kleiweg liep een andere kleiweg met daar naast een kerkpad naar Vliedorp. Deze kleiweg is vermoedelijk in onbruik geraakt toen een nieuwe begraafplaats werd aangelegd ten noorden van Houwerzijl waardoor het niet meer werd gebruikt voor begrafenissen naar Vliedorp. Het maakt nu deel uit van het landbouwbedrijf van Y. de Boer. Het kerkpad verdween met de ruilverkaveling in de zestiger jaren van deze eeuw. Er voor in de plaats werd een fietspad gelegd ten oosten van het Houwerzijlster Riet met bij Vliedorp een hoogholtje daar over.

 

Een andere brug lag ten westen van het zogenaamde Tuunmans hoeske over de noch aanwezige tochtsloot daar, Deze tilje (Proostdij tilje) is blijven bestaan tot 1833 en nadien vervangen door een duiker of pomp. Een derde brug lag ten oosten van Vliedorp en behoorde tot de westelijke boerderij op Vlakke Riet door wiens land de nieuw toevoer kanaal naar de buiten geul was gegraven. Een particuliere brug lag even ten noorden van de haven gebouwd in 1874 wat begin 1900 is opgeruimd. Of er bij de sluis een brug is geweest word nergens vermeld.

 

Overstromingen

 

Opgetekende vermeldingen over de Allerheiligenvloed in 1570 vermelden dat veel mensen het leven verloren bij deze overstroming. Dit was de zevende grote vloed. De volgende grote vloed, de Sint Maartens vloed, was 13 Nov. 1686. Zeven personen verloren hierbij het leven in Vliedorp-Houwerzijl. Met de laatste grote vloed de Kerstvloed in 1717 verloren 39 van de 91 lidmaten (belijdende leden) van de gemeente Niekerk- Vliedorp het leven. ruim 2/5 van het aantal lidmaten. Van de Doops Gezinden verloren 21 leden het leven waar onder 7 kinderen. Het gezamenlijke aantal mensen dat te Niekerk en Vliedorp-Houwerzijl om kwam bij deze overstroming bedroeg 121 personen waarvan 48 personen te Vliedorp-Houwerzijl. Dit was voor Houwerzijl de laatste grote vloed waar door inwoners het leven verloren.

 

Adel en Boeren

 

In 1644 vestigt Johan Goudthoorn van Bedum zich als chirurgijn te Houwerzijl en in 1667 vestigde Daniel Pilon zich van uit Ulrum als chirurgijn in Houwerzijl . Het maatschappelijk en kerkelijk leven werd van af de vroege middeleeuwen tot aan de Napoleontische tijd geheel beheerst door de grootgrondbezitters de z.g. landadel en kloosters. Zij waren meestal eigenaar van het collatierecht waardoor zij de predikanten en de koster-schoolmeester konden benoemen. Ook het redgerambt was gewoonlijk in hun bezit en het recht om de tienden te innen, een voormalige kerkelijke belasting de weltplege met de dekenlammeren, koeschot, bonghaver enz. Dit waren de zogenaamde heerlijke regten. Door eigenaar te zijn van deze regten konden ze meestal hun eigen inkomen bepalen en kwamen ongeregeldheden en onrechtmatigheden dan ook dikwijls voor. Het register van weltplege uit het archief van Asinga van 1585 toen Spaanse en Staatse troepen hier plunderend en brandschattend door de contreien trokken, verteld ons het volgende; In 1585 Houwerzijl: Om zijn verbranthyt.( Zijn boerderij was dus verbrand. boerderij de Hoogte) Julco Brongers mag zijn betaling met een daalder afdoen, onder meer In1586 word het volgende vermeld;Des wonnesdages na den middach gaet men tot zalige Julco Brongers tho Vliedorp. Dar hoort onss tho een lutcerment. Dat is een goede colde schink, groff broot met cleen broot, een schottel met eijren met een groet vorrendel beers ende daer moten desse nabeschreven dat koe ende schape schot bij de sonne ondergang brengen. Schipper Geuwe 2 koien, Jan Zijlman 1 ko, Anne Dercks 6 koien, Eppo Ritskens 1 ko,Luitien Jansen 6 schapen, Claes Garbrands 2 koien en 5 schapen, Jacob Obels 1 ko,Haddrick Tonnijs 1 ko, Albert Jansen 4 koien en 6 schapen, Jan Abels 1 ko, Jan Gerrits 1 ko, Jan Ulferts 1 ko, schipper Agge 1 ko, Rijkel Visscher 3 koien, Tonnijs 1 ko, n JaJan Mennes 1 ko, Aert Jelijs 1 ko, Roeleff Allert 1 ko, Tonnis Hindrix 3 koien Waren ze niet op tijd dan moesten ze ieder uur na zonsondergang dubbel betalen. 19 belastingschuldigen, wat er op wijst dat het meest keuterboertjes waren, veel kwelderland was in die tijd rond Houwerzijl nog niet droog gelegd.

 


Met de revolutie van 1794 werden deze heerlijke rechten afgeschaft. De adel verloor hierdoor veel van zijn macht en inkomen. Hun positie werd nu ingenomen door de landbouwers die gedurende en de navolgende revolutie jaren tot een betrekkelijke welstand waren gekomen. Hun huizen werden vergroot en zo ontstond er afstand tussen hen en hun werknemers. De landbouwers beheersten nu het economisch, maatschappelijk en kerkelijk leven op het platteland. Nering doende als wel de ambachtslui en dagloner waren voor een groot gedeelte afhankelijk van de willekeur van de landbouwers. Deze toestand is blijven bestaan tot na de tweede W.O. toen de regering zorgde voor betere sociale wetten en voorzieningen. Met meer rijkdom komt meestal ook de zucht naar macht, eer en aanzien. Macht hebben de landbouwers gekregen, eer en aanzien, sommige uitgezonderd, bitter weinig. Door de veranderde economische toestand na de tweede W.O. was de landbouwer niet meer in de gelegenheid goedkope arbeidskrachten te huren. Hun slipjas moesten ze verruilen voor een werkjas. Ze moesten nu, hoewel met betere landbouwmachines, zelf hun land bewerken en bebouwen. Hun invloed op het dorps leven is nu wel geheel verdwenen. Hun trof dus het zelfde lot als de adel in 1794 onder Napoleon.

 

Bunders bie bunders
Tot doar hail gunders
venneweg nog achter leste diek
rekken heur rechten, heur machtig riek
 

Jan Boer

 

 Het volk is ruw, zo zegt men, en misschien terecht maar moeder hoe zoude gij of ik zijn. Indien van kindsbeen af ons gansch bestaan, ons wensen, willen, streven…….. alles zich had opgelost in ‘t eene word : gebrek?

Multatuli

 

Ziet men het lot der arbeiders en dienstboden dan moet men zich op vele plaatsen, vooral waar rijke boeren wonen, bedroeven. Wie onder de dienstbaren ziek word, wordt direct in zijn loon gekort en naar huis gezonden. Omtrent het gebrek en lijden der dienstbaren zijn en blijven de boeren zo koud en gevoelloos als de lijken in de graven.

Maarte Douwes Teenstra

 

Hier zeggen drie schrijvers van verschillende pluimage in woord en gedicht hoe de toestand was in die tijd en waarschijnlijk ook in Houwerzijl. Hard werken voor lage lonen was het lot voor de meeste inwoners van het dorp. Het enige vertier dat er was waren de boerenboeldagen, bruiloften en de kermissen. Bij deze gelegenheden werd er veel kluin (bier) gedronken. Volgens ds. G.A.Wumkes in zijn boek,” De Gerformeerde Kerk in de Ommelanden tussen Eems en Lauwes”, had geen zonde zijn klauwen zo diep in het volksleven geslagen als het drinken van kluin(bier) De Houwerzijlsters bleven hier in schijnbaar niet achter wat het volgende bewijst uit het archief van het Grote en Kleine Reedschap.

 

Op den avond van 27 Dec. 1773 dus tussen kerst en Nieuwjaar verliet een vrolijk gezelschap bestaande uit Jan Willem Swart en zijn neven Jelle en Cornelis Hendriks het huis van eerstgenoemde. Bij het huis van Hendrik Jans Weem kwamen ze Frederik van den Bosch tegen die enkele dienstboden naar huis bracht. Al of niet opzettelijk liepen ze tegen Fredrik op wat een algemene vechtpartij ten gevolge had. Frederik liep een gescheurde lip en een hoofdwond op en moest bij Hendrik Jan Weem in huis worden verbonden. De zaak kwam voor het gerecht op 13-5-1774, Uitspraak van de Redger was op 21-10-1774. Jan Jelles Swart 25 daalder, Jelle Hendriks 30 daalder en Cornelis Hendriks 25 daalder.

 

Een dure vecht partij voor die tijd. Deze drie neven waren voorzaten van de familie Zwart die eeuwen lang en nog in Houwerzijl en omstreken woonden.

 

Kerspel

 

De volgende gebeurtenis van betekenis voor Houwerzijl was hoogst waarschijnlijk de afscheiding van de Ned.Herv.Kerk in 1834 en de gevolgen daar van. De Houwerzijlsters waren de laatste 150 jaren erg conservatief, misschien een gevolg van de vele mennonieten of doopsgezinden die hier woonden. Voor een kleigehucht waren er veel afgescheidenen in 1834. Later meer daar over. In 1863 werd de eerste kerk met pastorie gebouwd in Houwerzijl en in 1883 de Gerf. School met de bijbel door de Chr. afgescheiden gemeente. De openbare school stond waar nu het gebouw Vliedorp staat. In 1658 werd Willem Johannes benoemd als koster-schoolmeester voor de kerspels Niekerk en Vliedorp met als standplaats Houwerzijl. Het centrum van de twee kerspels was toen dus al in Houwerzijl. In 1675 werd Jan Wessls van Wehe benoemd als koster-schoolmeester voor Niekerk-Vliedorp met als standplaats Houwerzijl. Het kerspelschooltje heeft zijn bestaan gerekt tot de dertiger jaren van de 20st eeuw met als laatste onderwijzer meester Coops. In 1828 was meester Pietersen hier onderwijzer die na 1835 werd opgevolgd door meester Onnekes die 4 jaar later vertrok naar Ulrum . Bij de eerste volkstelling in 1840 telde het kerspel Vliedorp inclusief Houwerzijl 379 inwoners verdeeld over 79 huisgezinnen. Hier van waren 60 getrouwd, 6 weduwnaar en 21 weduwen. Van het jongere geslacht waren er 118 van het mannelijk geslacht en 132 van het vrouwelijke. 165 van deze inwoners waren geboren in Houwerzijl, 46 te Vliedorp, 72 uit Ulrum, uit de Marne 66, en uit de provincie 43 en van buiten de provincie 5. De beroepsmatige samen stelling van de bevolking in 1840 te Houwerzijl-Vliedorp was als volgt;

 

landbouwer 10 kleermaker 2

 

landbouwerse 2 naaister 2

 

dagloner 39 wolnaaister 2

 

daglonerse 11 smid 1

 

dienstbode 1 ijzersmid 1

 

werkbode 40 schoenmaker 3

 

koopman 2 timmerman 2

 

koopmanske 1 kuiper 1

 

schipper 3 broodbakker 1

 

schippers knecht 1 schoolonderwijzer 1

 

verver 1 zonder bereoep (kinderen) 269

 

 Van der A schrijft in 1845 in zijn aardrijkskundig woordenboek onder meer het volgende; Vliedorp een voormalig dorp met 13 huizen ruim 100 inwoners met het in het kerspel en het daar toe behorend gehucht Houwerzijl, de Hoogte en boerderij Westerhuis 71 huizen en 430 inwoners. Volgens sommigen is dit (Vliedorp) het oudste dorp dezer provincie.

 

Over Houwerzijl schrijft hij o.m.het volgende; Houwerzijl, oudtijds ook wel Houwerzijle, een volkrijke buurt zuid-westen van Vliedorp waar toe zij behoort liggende buiten de over ouden zeedijk en aan de ouden dijk nabij het Reitdiep. Met 56 huizen en 310 inwoners.

 

In de twintig en dertiger jaren van de vorige eeuw telde het kerspel Vliedorp inclusief Houwerzijl 97 woonplaatsen waar van sommige werden bewoond door 2, 3 of 4 gezinnen. Van 1845 tot 1945 een vermeerdering van 26 woonplaatsen. Beroepsmatig waren de inwoners het volgende;

 

Landbouwers 13, landarbeiders gemiddeld ongeveer 60 Ambachtslui en nering doenden 27 en ongeveer 30 ouden van dagen en alleenstaande personen 4 onderwijzers en een predikant. De meeste Houwerzijlsters waren door bloed of huwelijk aan elkaar verwant. De families die hier 100 en 200 jaren en langer gewoond hebben zijn bijna allemaal na de tweede W.O. verdwenen. Het waren de families Bos, Bulthuis, Goris, Huizinga, Lap, Lindemulder, Rietema, Tammens, van Straten, Valkema en Zwart. Met het verdwijnen van de oude inwoners verdween ook het Groningse dialect met zijn droge humor en gezegden uit het dorp. Het Groningse dialect is dus jammer genoeg ook aan het verdwijnen. Jan Boer dichte eens het volgende;

 

Schoam joe nait joe zulf te wezen. Ook al brocht ie nog zo wiet
Dij heur noom en ofkomst vrezen, Goan verloren mit heur tied
Schoam joe nait joen toal te lezen, woarien moeke alles zee.
Schoam joe nait veur’t aigen wezen, Schoam joe nait veur’t olle stee.

 

 


﷯Arbeiders

 

De jaren vanaf 1800 tot 1950 zijn bittere tijden geweest voor de arbeiders geweest zowel in Houwerzijl als wel in de hele provincie Groningen. Ze moesten lange uren maken voor lag lonen. Op 11 jarige leeftijd werden de kinderen van school gehaald en naar de boer gestuurd. Om 4 uur ’s morgens opstaan en ze moesten werken tot 6 of 7 uur ‘s avonds en dat in de groei van hun leven. Gaat het de boeren goed dan gaat het ons allen goed is niet bewaarheid in Noord Groningen. Veel inwoners zijn dan ook de laatste 150 jaar vertrokken naar Noord-Amerika. In hun kleine vochtige huisjes is er in de winters veel kou en bittere armoe geleden en het was een zegen dat na de tweede wereld oorlog, de regering met betere sociale voorzieningen kwamen. Door de veranderde economische en sociale structuur verloren de boeren dus hun bevoorrechte positie en is hun overmacht in de maatschappij en op het dorpsleven nu wel geheel verdwenen. Landarbeiders en dagloners zijn er niet meer in Houwerzijl. Er woont nu een geheel andere bevolking die met landbouw en veeteelt weinig heeft uit te staan. Bokkediekers zijn er niet meer, ook de geit is verdwenen.

 

WO II

 

De oorlog is zonder veel schokkende gebeurtenissen voorbij gegaan. Honger is op het dorp niet geweest. Wel was er zo als elders, verlet van veel artikelen. Drie inwoners hebben bij de tewerkstelling in Duitsland hun leven verloren. Dedde Knol, Menno Korf en Piet van der Ploeg. Het georganiseerd ondergronds verzet werd meest verricht door Corn. Huizinga, die een heel netwerk van onderduik adressen opbouwde en de onderduikers voorzag van bonnen, valse persons bewijzen enz. Veel hulp hierbij kreeg hij van Uwe Schaap Gemeente ambtenaar te Ulrum. In 1944 ging zijn netwerk op in de landelijke verzetsgroep Trouw en werd hij aangesteld als commandant van de Ned.Binnenlandse Strijdkrachten te Houwerzijl. Lijdelijk verzet was er wel in Houwerzijl. Niet veel van de inwoners hebben in Duitsland gewerkt. Veel is er na de oorlog veranderd en verdwenen in Houwerzijl en of alle verandering een verbetering is zal de toekomst moeten uitwijzen. Bij veel oud-Houwerzijlsters zal het echter altijd in herinnering blijven als het mooie dorpke uit hun jeugd.

 

Dorpke mit zien grieze toor’n, Kon’n wie ien dat dorpke door, 
Door ien Vliedorps stille loug. Alles nog ains over doun. 
Woar wie ien ons kiener joar’n, Speul’n mit al joen kammeroan’n 
Toch zo geern wonen moug. Wat zol dat ain vreugd ons doun. 
Woar wie speulden bie ol diek, Mor dei tied dei is verzwon’n, 
Slootje spring’n en piebeziet. ,t’ Is verbie, vergone tied. 
Wat was dat ain mooie tied, Herinnering ,n allain ben’n bleev’n 
Ien ons dorpke bie ol diek. Aan ons dorpke bie ol diek.

 

A.T.H.

 

Kerkgeschiedenis

 

 Kerkelijk waren de Houwerzijlsters zo als boven vermeld de laatste 150 jaren zeer conservatief. Bij de afscheiding in 1834 waren er voor een klein gehucht veel afgescheidenen. Of de Houwerzijlsters altijd zo conservatief zijn geweest blijft een vraag. Leest men de kerkboeken van Niekerk-Vliedorp dan werden vaak lidmaten uit Houwerzijl geweerd om deel te nemen aan het avondmaal. Het was vaak drank, overspel of buren ruzie. In het laatst van 1700 begin 1800 zijn veel leden van de Doopsgezinde Gemeenschap over gegaan naar de Herv. Kerk toen de vermaning te Houwerzijl werd opgeheven en het zich verenigde met de vermaning te Ulrum. Dit kan dus ook een van de reden zijn dat er zoveel met de afscheiding meegingen in 1834. Na de reductie in 1594 kregen de kerspels Ulrum, Niekerk en Vliedorp gezamenlijk een predikant welk toestand is blijven bestaan tot 1651 toen Ulrum zijn eigen predikant kreeg en Niekerk en Vliedorp gezamenlijk een. Wanneer de kerk te Vliedorp is gebouwd is niet bekend. Verondersteld word dat het is voortgekomen als een kerspel van uit Ulrum en zal het vroeger een kapelaan hebben gehad. Houwerzijl resorteerde onder het kerspel Vliedorp daar kerkte men en werden hun doden begraven op het kerkhof tot 1868 waar na een nieuwe begraafplaats werd aangelegd ten noorden van Houwerzijl. In 1695 werd de kerk en onbruik gesteld en begin 1700 stortte ze in. Van nu aan gebruikte men gezamenlijk de kerk te Niekerk daar ze toch al gezamenlijk een dominee bezaten. Dat is zo gebleven tot na de oorlog en zijn nu Niekerk en Vliedorp ingedeeld in een streek gemeente. De kerk te Vliedorp-Houwerzijl heeft dus na de reductie geen lang zelfstandig bestaan gehad, ongeveer 105 jaar waarna het weer samen ging met Niekerk. Ook hier kan het bestaan van de vele doopsgezinden van invloed zijn geweest. Door de jaren heen zijn de kerspels Niekerk en Vliedorp samen gegroeid. De Christelijk Afgescheiden gemeente later de Gerf. Kerk (synodaal en vrijgemaakt) heeft een gezamenlijk bestaan gehad van 147 jaar toen, als laatste van het tweetal, de vrijgemaakte kerk in 1987 werd opgeheven. De synodale kerk is in 1975 al opgeheven die vanaf toen te Zoutkamp kerkten. Het tegenovergestelde dus van 1834 toen afgescheidenen van Zoutkamp in Houwerzijl kerkten. Bij de kerk strijd in 1944 van de Ger. kerk kwamen er dus twee kerken een vrijgemaakte en een synodale Gerf. Kerk. Ook nu weer een groot gedeelte vrijgemaakten bijna 2/3 van de gemeente. De vrijmaking was het begin van het verdwijnen van de eenheid van het dorp De Chr. school is in 1977 opgeheven. Deze school was in 1964 door het doordrijven van de vrijgemaakte dominee Ophof tot een vrijgemaakte school gemaakt wat de geknakte eenheid van het dorp zijn besluit gaf. Deze gebeurtenis heeft het opheffen van beide kerken en de school sterk versneld. De Openbare school is in de dertiger jaren al opgeheven. Het Gerf (vrijgemaakte) kerkgebouw wordt nu gebruikt als thee museum Alle Christelijke verenigingen zijn verdwenen. Van het vroegere kerk en verenigingsleven is niets overgebleven. Als zo vaak in het leven, het was opgaan, blinken en verzinken.

 

 

﷯Herinnering’n van ain old dorps kerkje Houwerzijlster kerk

 

 

Kerkje mit zien grieze toor’n en pastorij door noast.
Stonn’n ainzoam door te dreum’n. over lang vervloog’n joar’n.
As ain wachter op de muren veur honnerd joar en meer.
Mit klok raip toor’n gemainte op zundag altied weer.
Riek en arm en jong en old hai raip ze allemoal.

 

Als kerk den langzoam vol laip en elk zien zitplak nam.
Begon t’orgel zacht te speul’n tot domie kerk in kwam.
As domie den op preekstoul ston werd alles stil ien kerk.
Deemoedig boog men kop den wat, ‘t was tied veur ‘t stil gebed
Veur domie den aan preek begon kreeg ollerling nog eerst zien beurt.

 

Om tien geboden veur te lezen, wat veur gemainte mainst wel neudig was
Preek werd ienlaid mit ain text den oetlegd hou zo dag en deur.
Gemainte heur ien en oetgang wezen mos, om God te dain’n ien’t ien doaglijks sleur.
Gemainte was dat wel mit domie ains, mit oetgestrekt gezicht zat men te luustern.
Moar onner tied docht boer aan volle knip en arbeider aan zien lege buuzen.

 

As den aan ‘t end van preek gemainte zong,
Ai zie hoe goed hoe lieflijk is dat zonen,
Van ‘t zelfde huis als broeders samen wonen,
ston’n raom’n te trill’n ien spon’n.
Toch bleef er wel wat hang’n van preek, veural de leste woord’n sloug’n ien.
Wie oren heeft om te horen, die hoore, wat de Geest tot de gemeente te zeggen heeft.
Ainzoam ston’n kerk en toorn door nou hen mit pastorij door noast te dreum’n,
over dei veurbie gon joar’n dou alles nog bie ‘t ole was.

 

A.T.H.

 

 

 

 

 

Gebruikte bronnen

 

Historie van Groningen Prof. H.T.Waterbolk

 

Stad en land Boersma drs J.W.

 

Spanningen en conflicten 1834 J.S. van Weerden

 

Marne memoires J.S. van Weerden

 

De afscheiding in 1834 in Groninger land Wesseling dr. J

 

De Marne J Zijlma

 

Gedenk boek Nijverheid de Marne P.B.Kooi

 

Kronieken van de abdij Bloemhof te Wittewierum Emo en

 

historische kring de Marne Leens

 

Gerf. Kerk tussen Eems en Lauwes 1594-1795 G.A.Wumkes

 

De Marne P.J.Ritsema

 

Aardrijkskundig woordenboek Van der A

 

De OmmelanderBorgen en Steenhuizen Formsma dr. W,J. Mevr.R.A. Luitjen-Dijkveld Stol, A Pathuis

 

 

 


© D. Huizinga