free offline web page creator software download

Leefklimaat

Er wordt een gunstige omgeving gecreëerd door een klimaat dat voor de opgenomen jongeren weinig stress oplevert. Aan de dagelijkse ongemakken, life-events en lichamelijke ziekten kan niet veel veranderd worden. Het is een last die iedere jongere voor zich met zich mee draagt. Waar wel rekening mee gehouden kan worden is het EE (expressed-emotion) en de over- en onderstimulatie van de jongeren. Er wordt geprobeerd zoals dat zo mooi heet een laag EE-klimaat neer te zetten. Dit is een klimaat met een lage emotionele betrokkenheid. Het betekent dat de groepswerker probeert niet al te betrokken te zijn. Dit is een wat ongelukkige en onduidelijke term. Misschien kan deze houding het best duidelijk worden gemaakt door te vertellen wat misschien wel het moeilijkst is bij het werken op een afdeling waar schizofrene jongeren en jongeren die een eerste psychose doormaken worden behandelt:


De afdeling


De afdeling wordt gekenmerkt door rust. Wanneer je een dag of een paar dagen mee zou lopen dan is het eerste dat opvalt de rust. Het lijkt soms wel een bejaardenhuis in plaats van een kinder- en jeugdpsychiatrische instelling. Ogenschijnlijk gebeurt er niets, alles gaat zo z’n gangetje, 19.00 uur Lingo, 19.30 uur Journaal, 20.00 uur GTST. Met bedtijden hebben we geen problemen, als we het aan de jongeren overlaten liggen ze al ver voor hun tijd in bed. De activiteiten die we met de jongeren doen duren maar kort, hoog uit een half uurtje dan haken ze af. De interacties zijn minimaal, er gaan soms maaltijden voorbij dat er geen woord wordt gewisseld. Wanneer je hier wat gevoelig voor bent zou je er zelf gek van worden.Iedereen die komt werken in de kinder- en jeugdpsychiatrie heeft zo zijn idealen, je neemt je eigen jeugd of die van andere gezonde kinderen als referentiekader. Daartegen afgezet vallen de jongeren met een schizofrene-stoornis behoorlijk uit de toon. Het is de kunst en tegelijk ook de moeilijkheid om dit aan de ene kant te accepteren en aan de andere kant toch gedoseerd te stimuleren.In het werk moet ik mezelf voortdurend afremmen, zorgen dat ik niet te snel en te veel wil. Dat ik me niet ga ergeren of boos word. Het zou alleen maar averechts werken omdat het teveel stress en spanning voor de opgenomen jongeren oplevert waardoor ze zich nog meer gaan terugtrekken en dergelijke.Dit bewust omgaan met je houding en het bewust zorgen voor een laag-emotionele betrokkenheid kost gek genoeg de meeste energie. Je bent dus de meeste energie kwijt door niet zo veel te willen doen. Een vervelende bijkomstigheid is dat deze houding op anderen (zoals bijv. collega’s van andere afdelingen) overkomt als afstandelijk en koel, en niet passend binnen de (jeugd)gezondheidszorg. Deze houding steeds uitleggen kost ook energie.Het leefklimaat wordt ook bepaald door het feit dat de kwetsbaarheid voor stress als een handicap wordt gezien. Nu is deze visie al zo oud als de gezondheidszorg bestaat. In de Z-verpleging werken ze er natuurlijk al lang mee, maar ook op een revalidatie afdeling in een gewoon A-ziekenhuis is het vanzelfsprekend dat je rekening houdt met iemand z’n handicap. Van iemand die moeilijk kan lopen verlang je niet dat hij de honderd meter binnen 15 seconden aflegt. Dit gaat ook voor een jongere met een schizofrene-stoornis op. Als je weet dat iemand kwetsbaar is voor stress ga je niet te hoge eisen stellen en wanneer je weet dat iemand moeite heeft met zijn concentratie ga je niet verlangen (eisen) dat hij bijvoorbeeld een uur achtereen gaat lezen of leren. Aan de andere kant is het zo dat het stellen van geen of te lage eisen ook stress veroorzaakt doordat iemand teveel aan zijn eigen fantasieën wordt overgeleverd. Dus de eisen die gesteld worden zijn aangepast aan de beperkingen die de jongere heeft maar zijn voor hem toch maximaal. Dit wankel evenwicht tussen draagkracht en draaglast is geen statisch geheel. Het is een dynamisch gebeuren. Dat wil zeggen dat het bijvoorbeeld per dag of zelfs per uur kan verschillen wat iemand kan verdragen en hier wordt dan de draaglast op aangepast. Mocht dit evenwicht uit balans schieten, en dat doet het vaak, dan worden de eisen daar direct op aangepast. Zo kan het gebeuren dat een jongere vertelt na een nacht slecht geslapen te hebben dat hij niet naar school wil of kan. Hij hoeft dan misschien niet naar school of hij mag later beginnen. Hier houdt het niet mee op. Het zou kunnen dat er teveel verantwoordelijkheden worden overgenomen en zo hospitalisatie in de hand wordt gewerkt. Natuurlijk worden er verantwoordelijkheden overgenomen maar aan de andere kant wordt er geprobeerd ook weer verantwoordelijkheden terug te geven. Er wordt geprobeerd de jongeren zelf verantwoordelijk te laten zijn voor hun gedrag, althans dit wordt geprobeerd hun aan te leren. Het is dus goed, dat iemand zegt dat hij niet naar school kan. Hij moet wel zelf de school bellen en overleggen of uitleggen waarom hij niet komt. Zo wordt de jongeren geleerd dat ze ondanks hun handicap ze toch bepaalde verantwoordelijkheden hebben. Zoals met alles moet ook bij het geven en overnemen van verantwoordelijkheden de draagkracht en draaglast in evenwicht blijven. Dit is een moeilijk proces, ondanks dat wordt geprobeerd een niet te betrokken houding aan te nemen, moeten er toch tot op een bepaald niveau geprobeerd worden je in te leven in wat het één en ander betekent voor een patiënt.


 


Casus Sjoerd is een matig begaafde jongen van 18 jaar die is opgenomen naar aanleiding van ernstige gedragsprobleem. Sjoerd vertoont onaangepast gedrag. Hij gaat zomaar in de winkel hardop zingen, vieze woorden zeggen en bepaalde typetjes nadoen. Het lijkt veel op het vragen van aandacht: hij zoekt iemand op en laat gedrag zien dat wel een reactie uit moet lokken. Sjoerd denkt dat hij veel en vaak gepest wordt door anderen en dat anderen hem kwaad willen doen. Het gedrag van Sjoerd roept in toenemende mate frustraties op bij anderen. Dat ziet Sjoerd weer als een bevestiging dat anderen hem pesten.
.Copyright: D Huizinga