Uitgangspunt bij de behandeling is de persoonlijke inbreng van de jongere. Er wordt, indien mogelijk, samen met hem een behandelplan gemaakt waarin staat wat hij bereiken wil en hoe hij dat bereiken wil. Het samen opstellen heeft twee functies: op deze manier blijft de behandeling dicht bij de jongere staan en voelt hij er zich meer verantwoordelijk voor. Ook kan de jongere op deze manier begeleid worden in een proces waarin hij door ervaring leert zijn doelen niet te hoog of te laag te stellen. Wanneer een kind bijvoorbeeld een te hoog doel heeft gesteld dan volgen we hem daarin: hij mag het proberen. Op het punt waar de problemen ontstaan door de te hoge verwachtingen kunnen we hem confronteren met z'n beperkingen en laten zien waar en waarom het misgaat. Vervolgens kan het kind meer reëlere doelen stellen. 

Casus

Behandelplan op leefgroep niveau

Naam: Klara Zomerdijk 

geb.datum: 05-06-1994
Opn datum: 15-05-2010
Rapp. datum: 17-05-2010
 

 

Diagnostische omschrijving: 
Paranoïde psychose in het kader van een beginnende schizofrene stoornis met nihilistisch wanen.

 

 

 Probleem omschrijving:
Laatste jaar depressief (1996).Ze werd angstig en kreeg een minderwaardigheidscomplex. Klara is opgenomen naar aanleiding van een tentamen suïcide. 
Er lijkt sprake van depersonalisatie. Ze ziet en voelt zichzelf niet. Ze geeft aan dat ze buiten zichzelf staat. Het denken is verward, associatief en inhoudelijk bestaan er betrekkingsideeën. Ze hoort af en toe een stem, maar die is verder niet beangstigend voor haar. 

 

Gezond gedrag:
- Klara staat open om te praten over haar problemen en wil uitleg van ons over haar problematiek. 
- Klara houdt van sporten.

Vraagstelling vanuit de jongere:
Geef mij inzicht in mijn problematiek, zodat ik zo snel mogelijk het gewone leven weer kan oppakken.

 

 

Behandeldoelen: korte termijn
1) Nadere analyse van bovengenoemde problematiek 
2) Psychose bestrijding 
3) Eventueel bijstellen van medicatie 
4) Voorlichting en resocialisatie 
5) Voorkomen van suïcide
 

 

Basishouding/aanpak:
Het creëren van een rustige en gestructureerde omgeving waarin Klara zich veilig voelt. Met behulp van deze basishouding en medicatie proberen om de psychose te bestrijden. 
Er wordt geprobeerd een samenwerkingsrelatie op te bouwen waarin voorlichting een grote rol speelt. 

Vrijetijdsbesteding:
Door middel van een dagprogramma proberen we haar vrije tijd te vullen zodat ze niet gaat piekeren.

Contacten met groepsleiding:
Klara staat open voor contact met groepsleiding. Ze kan goed vertellen wat er in haar hoofd afspeelt. 
Het contact met groepsleiding staat vooral in het teken van het geven van voorlichting. Enerzijds is dit om haar gerust te stellen, anderzijds is dit een confrontatie met de realiteit. Dit heeft ze nodig omdat Klara de neiging heeft om voor haar problemen weg te vluchten.

 

School:
De eerste periode gaat Klara naar de schoolklas op de afdeling 

Contact ouders:
Ouders lijken op een normale manier betrokken bij Klara. Zij zijn blij en opgelucht dat er erkenning is voor de situatie rondom hun dochter. Zij staan open voor hulp en vragen om voorlichting. 

 

Rapportage items:
1) hallucinaties, wanen, achterdocht etc. 
2) Sociale contacten. Is dit een stress factor? 
3) Stemming, is er sprake van suïcidegevaar? 
4) Wat voor een effect heeft de voorlichting? 
4) Daginvulling, heeft dit het gewenste effect? 

© D Huizinga, Smilde, 2011